Eerlijke Media

journalist en maker Jaap Meijers

Auteur: jaap (Pagina 1 van 3)

Wel in de Tweede Kamer, geen zin in vergaderen

Datajournalistiek is erg leuk om te doen. Een paar jaar geleden onderzocht ik samen met collega Daan Marselis hoe vaak TweedeKamerleden aanwezig zijn. Dit keer haalde ik voor dagblad Trouw 9 maanden aan Kamerstukken binnen, om de aanwezigheid van Thierry Baudet en Theo Hiddema te analyseren. Baudet blijkt vaker in het gebouw van de Tweede Kamer te zijn dan gedacht, maar tijdens vergaderingen blijft hij in zijn kantoortje zitten.


Thierry Baudet en zijn collega Theo Hiddema van Forum voor Democratie krijgen vaak het verwijt dat zij afwezig zijn bij vergaderingen in de Tweede Kamer. Terecht, zo blijkt uit cijfers
van het parlement. Baudet is wel vaak in het Kamergebouw, maar niet in de vergaderzaal.

“Waar zijn al die Kamerleden die de hele dag roepen dat #FVD nooit in de Kamer is. Ik zie 140 lege zetels, waar is iedereen?” Dat vroeg Theo Hiddema, Kamerlid voor Forum voor Democratie (FvD), op Twitter, op 20 december om half twaalf ’s avonds. Hij was in de Tweede Kamer voor een debat over verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS. Ook tijdens de vergadering zelf vroeg Hiddema aandacht voor het feit dat hij aanwezig was, met name van de D66-fractie. Dit omdat die fractie kritiek had geuit op zijn vaak afwezig-zijn bij debatten. “Ze kunnen namelijk heel slecht tellen daar.”

Politici en anderen wezen Hiddema er al snel op dat portefeuilles nou eenmaal verdeeld worden, en dat de meeste debatten gevoerd worden door de woordvoerders op dat onderwerp. Twaalf buitenlandspecialisten van andere partijen waren dan ook bij het late debat aanwezig, en niet hun collega’s die over andere onderwerpen gaan. Een medewerker van een VVD-parlementariër twitterde dat het bewuste misleiding was van Hiddema, óf domheid: “Hiddema is zo weinig in de kamer dat hij bovenstaande niet weet”.

De Tweede Kamer registreert de aanwezigheid van Kamerleden, om vast te stellen of het quorum is gehaald, dus of er voldoende Kamerleden in huis zijn om te kunnen stemmen. Door de Handelingen van de plenaire vergaderingen te turven, is te zien op welke dagen elk Kamerlid aanwezig was. Daaruit blijkt dat de meeste Kamerleden vaak aanwezig zijn. Gemiddeld miste een Kamerlid sinds eind maart vier plenaire vergaderingen (de Kamerleden die tot 26 oktober in het demissionaire Kabinet zaten en nieuwe Kamerleden niet meegerekend). Er zijn wel een paar parlementariërs die opvallend vaak afwezig waren. Karen Gerbrands van de PVV bijvoorbeeld: zij combineert haar Kamerlidmaatschap met een fractievoorzitterschap in de Haagse gemeenteraad. Haar partijgenoot Barry Madlener was op 32 van de 83 vergaderdagen niet in de Tweede Kamer. Hij is daarmee het minst aanwezig van alle Kamerleden.

Het Kamerlid dat daarna het vaakst afwezig was (afgezien van een Kamerlid met gezondheidsproblemen) was Theo Hiddema. Hij was afwezig op 19 vergaderdagen.

De fractievoorzitter van Forum voor Democratie, Thierry Baudet, is er juist heel vaak, in weerwil van wat collega’s en journalisten waarnemen. Baudet was aanwezig op 74 van de 83 vergaderdagen van de Tweede Kamer sinds zijn beëdiging als Kamerlid. Tenminste, dat is wat er in de Handelingen staat. Als een Kamerlid zich aanmeldt als hij het Kamergebouw inloopt, dan telt hij als aanwezig, ook als hij die dag helemaal niet in de vergaderzaal komt. Maar als Baudet er zo vaak wel is, blijft hij dan op zijn kamer zitten als de plenaire vergadering begint? Of is hij dan alweer vertrokken? Of doet Forum voor Democratie heel vaak mee aan debatten, en kunnen collega-Kamerleden inderdaad niet tellen?

Eén manier om erachter te komen, is kijken naar de sprekerslijsten. Bij plenaire debatten vraagt iedere fractie vooraf spreektijd aan, en wie namens de fractie het woord zal voeren staat op een sprekerslijst. Op de site van de Tweede Kamer staan 268 sprekerslijsten, één voor elk onderwerp dat tijdens een plenair debat werd besproken.

Infographic: het Nijmeegse ontwerpbureau Louman & Friso.

De VVD en de andere grote fracties staan op haast alle sprekerslijsten; zij hebben nu eenmaal meer mensen die bij debatten kunnen zijn. Toch doen ook kleinere fracties hun best om zo veel mogelijk hun stem te laten horen. 50PLUS (4 leden), Denk (3 leden) en de SGP (3 leden) komen voor op respectievelijk 87, 81 en 90 sprekerslijsten. De twee leden van Forum voor Democratie vroegen een stuk minder vaak spreektijd aan: 33 keer.

Ook aan het stellen van schriftelijke vragen aan bewindspersonen doet FvD niet heel actief mee. In de zittingsperiode van deze Tweede Kamer werden tot nu toe 1.646 schriftelijke vragen aan de regering gesteld. Thierry Baudet stelde zes keer een vraag, Hiddema nul keer. De andere kleine fracties doen dat vaker: de SGP stelde 52 vragen, 50PLUS 15 en DENK 33.

Theo Hiddema laat zich in de Tweede Kamer zelden zien. Baudet is met 26 debatten een van de fractievoorzitters die het vaakst zelf het woord voeren (Tunahan Kuzu van DENK deed dat 37 keer en Kees van der Staaij van de SGP 31 keer). Theo Hiddema beperkte zich in de afgelopen negen maanden tot deelname aan zeven debatten; over discriminatie, terrorismebestrijding, criminele asielzoekers, de begroting van Justitie en Veiligheid, en het genoemde debat over de strijd tegen Islamitische Staat.

Ondanks zijn schampere tweets lijkt Hiddema zich het commentaar op de afwezigheid van FvD wel aan te trekken. Hij was aanwezig op de laatste 18 vergaderdagen van 2017; niet eerder was hij zo vaak achter elkaar aanwezig. Voor zijn beëdiging zei Hiddema al tegen het Algemeen Dagblad dat hij zou blijven werken als strafpleiter: “Ik heb die dynamiek nodig”.

Er is wel iets voor te zeggen om niet bij elk debat en elk Algemeen Overleg te zijn. Politici, zeker van jonge en kleine partijen, moeten immers ook het land in, om zich te informeren en zich te laten zien. Baudet zal ook zijn tijd en kantoor in de Tweede Kamer gebruiken om zijn jonge partij op te zetten. Het Kamerwerk bestaat uit het controleren van de regering en zelf voorstellen doen, maar het lijkt erop dat Forum voor Democratie dat niet als hoogte prioriteit heeft.

Interview: Kevin Kelly

Voor populair-wetenschappelijk tijdschrift KIJK interviewde ik Kevin Kelly, een van de oprichters van Wired magazine en technologie-visionair.

“De grootste technologie van over 25 jaar bestaat nu nog niet”

Kunstmatige intelligentie is al zo slim, dat wij mensen de computer eigenlijk niet meer kunnen volgen. Nieuwe technologie ontwikkelt zich in zo’n razend tempo dat we amper de tijd krijgen om eraan te wennen. Gelukkig laat futuroloog Kevin Kelly zien waar het allemaal heen gaat.

Hij wordt wel een ‘digitale profeet’ genoemd, en dat past wel bij zijn ringbaardje en bedachtzame manier van praten. Zeker is dat Kevin Kelly op veel mensen indruk maakt met zijn beschrijvingen van technologieën en hoe de toekomst eruit zal gaan zien. De invloedrijk denker en veelgevraagd spreker geeft al bijna dertig jaar mede vorm aan de digitale cultuur. Al in de jaren tachtig schreef hij voor computerbladen, was hij betrokken bij de eerste conferenties voor programmeurs en bij The Well, een van de allereerste online communities. In 1993 was hij een van de oprichters van het beroemde tech-tijdschrift Wired.

Vorig jaar verscheen The Inevitable, Kelly’s nieuwste boek. In de bestseller beschrijft hij twaalf technologische trends die onze toekomst zullen bepalen. Kelly twijfelt er niet aan dat het onvermijdelijk is dat ieders leven compleet zal veranderen door ontwikkelingen als kunstmatige intelligentie, systemen die iedereen continu in de gaten houden en materialen die elk oppervlak in een scherm veranderen. Hoewel onvermijdelijk, meent Kevin Kelly dat wij allemaal zullen bepalen hoe die technologieën eruit zullen gaan zien en dat het daarom belangrijk is dat we ze zo snel mogelijk begrijpen en omarmen.

Kelly was heel even in Nederland als belangrijkste spreker tijdens STRP Biënnale, het festival voor creatieve technologie in Eindhoven. Een mooie kans voor KIJK om hem te spreken over controversiële technologie, hypes en de toekomst.

U bent altijd zo optimistisch over de toekomst, terwijl er zo veel dingen zijn om je zorgen over te maken. Hoe komt dat?
“Ik ben optimistisch vanwege het verleden. Als je naar wetenschappelijke data kijkt, dan is het overduidelijk dat gemiddeld genomen alles beter is geworden. Mondiaal gaat het elk jaar een klein beetje beter. Als je het nieuws kijkt, zie je dat niet. Daar zie je alleen de uitzonderingen. Die ruis overstemt het goede nieuws. Als mensen 49 procent van de wereld vernietigen, dan is dat de kop in de krant. Toch is dat prima zolang er één procent meer wordt opgebouwd. Daarbij worden alle goede dingen gemaakt door optimisten. Je moet immers wel optimist zijn om een uitvinding succes te laten hebben.”

Toch wijst u ook op de minder leuke kanten van nieuwe technologie, zoals aantasting van privacy. Moeten we alle nieuwe technologie wel zonder meer omarmen?
“Ik preek het omarmen van nieuwe technologie, omdat dat de manier is waarop we de ontwikkelingen kunnen sturen. Het is ook de enige manier om te ontdekken wat de echte problemen zijn in plaats van de gevaren die mensen zich inbeelden. Artificiële intelligentie en virtual reality zijn de problemen van morgen. De oplossing voor die problemen is niet mínder, maar juist meer en betere technologie. Vooruitgang komt door nieuwe problemen hebben. Het is een cyclus, een steeds verder uitbreidende cirkel. Voor mij betekent dat een toename in mogelijkheden. Dat is wat vooruitgang is. In de toekomst zullen we niet minder, maar méér problemen hebben. Maar daardoor hebben we ook meer mogelijkheden om uit te kiezen.”

Is verzet tegen problematische kanten van technologie dan zinloos? Als je bij pen en papier wil blijven omdat dat veiliger is, vecht je dan tegen het onvermijdelijke?
Mensen die denken dat digitaal stemmen nu veilig kan, hebben het mis. Het is nog te vroeg. Er is eerst een fool-proof systeem nodig om je digitaal te identificeren. Ik kan me voorstellen dat er systemen komen waarbij je biometrische gegevens je wachtwoord zijn. Maar daarvoor is eerst een generatie nodig van mensen die biometrie compleet vertrouwen. Het Chinese webbedrijf Baidu is al overgestapt op betalen door gezichtsherkenning. Daar zullen we aan gewend raken, net zoals gewoon door de paspoortcontrole lopen zonder je paspoort te laten zien. Biometrie kun je faken, maar tien biometrische checks tegelijk vervalsen is praktisch onmogelijk. AI zal je net zo goed kunnen herkennen als mensen dat doen, op de manier waarop je loopt bijvoorbeeld. Samen met andere vormen van encryptie zou dat elektronisch stemmen misschien veilig kunnen maken. Totdat we dat hebben, is het potlood beter.

Tesla-oprichter Elon Musk wil chips in ons brein implanteren, zodat we kunstmatige intelligentie kunnen bijbenen. Is dat soort interactie tussen mens en machine onvermijdelijk?
“Hersenimplantaten zijn onvermijdelijk, maar niet binnen twintig of dertig jaar. De kosten en de complexiteit maken dat het gebruik zich veel trager dan dat zal ontwikkelen. Medische toepassingen ontwikkelen zich veel langzamer dan techniek op zich. We weten nog maar zo weinig over onze hersenen. Hersenonderzoek kun je maar heel moeilijk sneller laten gaan. Het duurt gewoon lang voordat je langetermijneffecten kunt onderzoeken. En het gaat toch om invasieve chirurgie. De meeste mensen die zich nu zorgen maken over die ontwikkelingen, zullen het niet meer in hun leven zien gebeuren. We moeten er rekening mee houden dat de grootste technologie van over 25 jaar nu nog niet gecreëerd is. Wat ik er dan van vind dat bedrijfjes daar nu toch mee bezig gaat? Fantastisch, steek er vooral geld in. Maar verwacht er geen resultaten van binnen één generatie.”

Moeten we sowieso geduldiger zijn met nieuwe technieken? 3D-printen heeft ook nog niet geleid tot de verwachte maak-revolutie die wel werd verwacht.
“3D-printen was vreselijk overhyped. Ik geloofde het al nooit. Hetzelfde geldt voor nanotechnologie. Nanodeeltjes kunnen zichzelf organiseren tot geweldige dingen, maar het is altijd goedkoper om iets in bulk te maken. Waarom mensen dan toch vielen voor de 3D-print-revolutie? Ze stelden zich voor hoe álles helemaal zou veranderen. De waarheid is dat 3D-printen alleen sommige dingen helemaal verandert. 3D-printers moesten gebruikt worden om daar achter te komen, om te ontdekken wat hun plek is in het ecosysteem.”

Uw werk wordt bewonderd door velen, maar er is ook kritiek. Sommigen zeggen dat u in uw boeken concepten uit de biologie en natuurkunde te losjes toepast.
“Ik praat over trends die nu aan het beginnen zijn en die zeker onze toekomst zullen bepalen. Soms gebruik ik termen uit de biologie als metaforen. Er komen kunstmatige systemen aan die levend zullen zijn. Niet alle technologie zal leven, maar alle technologie zal meer life-like zijn en convergeren. Ja, je kunt me bekritiseren omdat wat ik zeg nu niet universeel toepasbaar is, maar we gaan absoluut daarheen. Ik blijf erbij dat dat de richting is. Wat ik een mooie beeldspraak vind, is een vallei waar een flinke regenbui in valt. Waar elke afzonderlijke regendruppel heengaat, is onvoorspelbaar, maar de richting is zeker neerwaarts. En dat is wat me interesseert. Grote systemen hebben van zichzelf een bepaalde richting, net zoals de nerf in hout. Zo zijn ze gemaakt door de natuur. Ze hebben allemaal te maken met scheikundige en natuurkundige eigenschappen die ze een bepaalde richting geven. Auto’s hebben wielen nodig en mensen en dieren poten om op te lopen. Dat is onvermijdelijk want ze hebben te maken met zwaartekracht. Dat maakt sommige ontwikkelingen onvermijdelijk.

Een paar globale trends voor de komende dertig jaar voorspellen is wel vrij gemakkelijk. Lijken trendwatchers en futurologen niet wat veel op waarzeggers?
“Ik doe niet zo veel voorspellingen, en ik probeer geen jaartallen te noemen wanneer iets zal gebeuren. Ik kan de toekomst niet voorspellen, nee, maar ik kan het wel hebben over dingen die eraan gaan komen. Wat je werkelijk moet proberen, is te voorspellen wat er nu gebeurt. Ik ben geen futurist, maar een presentist. Nadenken over wat eraan komt, is een manier – een stijlfiguur – om beter te begrijpen wat er nu gebeurt. Ik doe mijn best om alleen over trends en de richting van ontwikkelingen te praten, dus niet over of de iPhone er over een paar jaar nog is of welke kleur hij dan heeft. Dat soort details zijn te grillig om vanuit het heden te extrapoleren. Zolang je trendwatchers niet al te veel gelooft en ook andere bronnen raadpleegt, dan zijn ook zij best nuttig. Ook wat zij zeggen over de toekomst is bruikbaar om het heden te begrijpen. Maar ik zou er niet veel geld aan uitgeven om het te horen!”

Over welke technologie of ontwikkeling bent u persoonlijk het meest enthousiast?
Kunstmatige intelligentie is een hype, maar ik denk dat het nog steeds underhyped is. AI gaat de wetenschap en het bedrijfsleven radicaal veranderen. Niet in de komende vijf of tien jaar – we bevinden ons nu nog in het beginstadium. Maar het is een innovatie die minstens zo groot is als de drukpers, het vuur of het internet. Ik vind het moeilijk om iets te bedenken dat niet beïnvloed zal worden door AI.
Iets dat ik geweldig vind en thuis gebruik, zijn Amazon Echo en Alexa, de conversational bots. Die zijn heel cool. Er zijn nog veel problemen en uitdagingen mee, maar dat wordt een enorm grote markt. Je kunt gewoon een conversatie hebben met het apparaat. Dat zal heel belangrijk gaan worden voor ons leven en voor hoe bedrijven werken.

Je komt op internet steeds meer absurde ‘slimme’ apparaten tegen, zoals wc’s met wifi. Vindt u zulke uitvindingen idioot of zijn het allemaal stapjes in onze technologische evolutie?
Er zijn zeker dingen die slim zijn maar niet slim genoeg. Die zijn net slim genoeg om dom, gevaarlijk of onpraktisch te zijn. Er is een hele stapel boeken vol met vreemde Japanse uitvindingen die mensen echt niet nodig hebben, zoals paraplu-hoeden. Ze zijn mal omdat het meer moeite kost om ze te gebruiken dan dat je er wat aan hebt. Niet elk idee is nuttig. Dit zijn uitprobeersels. Ze zijn de manier waarop we leren. Ik juich dat toe. Ik vraag me wel af of de makers goede ondernemers zijn, maar wie weet. Ik denk eigenlijk wel dat connected toiletten een goed idee zijn. Die zouden de medische sensor in je huishouden kunnen worden. Je ontlasting bevat waardevolle indicatoren voor je gezondheid. Als het toilet met het internet verbonden is, zou dat heel nuttig kunnen zijn. Ik zou daar niet om lachen. Het is misschien nog te vroeg, maar niet belachelijk.

[biografische weetjes]

Kevin Kelly (Pennsylvania, 1952) was mede-oprichter en eerste hoofdredacteur van het toonaangevende Amerikaanse tech-tijdschrift Wired. Hij schrijft nog steeds voor het blad.

Steven Spielberg vroeg Kelly als adviseur voor zijn film Minority Report. De futuroloog moest helpen een beeld te schetsen van het jaar 2050.

Behalve schrijver is Kevin Kelly fotograaf en natuurbeschermer. Hij bracht verschillende fotoboeken uit en werkt nu aan een boek over verdwijnende tradities in Azië.

Tijdens een van zijn vele reizen, in 1979 in Jerusalem, had Kelly een bekeringservaring en werd hij een wedergeboren (born again) christen.

Kelly probeert zoveel mogelijk nieuwe dingen uit, maar is zeker geen gadget-freak. Hij heeft niet eens een tv in huis.

Kevin Kelly wordt 65 dit jaar. Op zijn bureau staat een klok die aftelt hoeveel dagen hij nog heeft. “Statistisch gezien nog zesduizend dagen.”

Kevin Kelly’s eigen website: http://kk.org/

 

Bouw een eigen supersnelle diascanner

Met een complete diacollectie inscannen ben je al gauw een paar weekenden kwijt. Veel mensen nemen zich voor om dat eens te doen, maar niemand heeft zin om uren te gaan zitten klooien met zo’n kleine diascanner, en dus blijven de vele dozen dia’s gewoon ongeopend en ongezien op zolder.

Dat moet beter kunnen dacht ik, dus maakte ik een van een oude diaprojector en een Raspberry Pi met camera-module een automatische diascanner. Helemaal perfect werkt hij nog niet, maar een collectie 2.000 dia’s zou je binnen anderhalf uur gedigitaliseerd kunnen hebben in plaats van dat je er vijftig uur voor moet gaan zitten.

Voor computerblad PCM schreef ik een uitgebreide handleiding mét foto’s.

Wat je moet weten over blockchain


Dit stuk werd eerder gepubliceerd in het magazine Management Team en op mt.nl.

Blockchain is, na internet of things, cloud computing en big data het nieuwste buzzword – iedereen heeft het erover. Het is echter behoorlijk ingewikkelde technologie, die lang niet iedereen helemaal begrijpt. Wat blijft er over van de hype als je er eens heel goed naar kijkt?

Blockchain is in 2009 ontstaan als het systeem waarop het elektronische betaalmiddel Bitcoin draait. Het is een database waarvan heel veel mensen een kopie op hun computer hebben staan. Die database is een grootboek, dus een overzicht van alle transacties. Dat kunnen geldtransacties zijn, maar ook heel andere informatie kan opgeslagen worden in het gezamenlijke grootboek, zoals bijvoorbeeld patiëntendossiers.

Dat vertrouwen is te danken aan een paar cruciale blockchain-principes. Om te beginnen is de blockchain openbaar. Iedereen kan het hele grootboek downloaden en inzien. Alle informatie wordt de-centraal opgeslagen, dus niet op de servers van een bank of een andere instelling die je maar moet vertrouwen.
Het vertrouwen komt verder van het netwerk. Computers in het blockchain-netwerk zorgen dat transacties correct in een blok terecht komen en dat nieuwe blokken zich over het hele netwerk van duizenden computers verspreiden. De computers controleren samen of alle informatie klopt, en dat iedereen steeds dezelfde informatie heeft. De consensus daarover tussen de nodes in het netwerk waarborgt de integriteit van het hele grootboek, en voorkomt dat een bitcoin kan worden ge-copy-paste en twee keer kan worden uitgegeven (het is immers een digitaal betaalmiddel).

Het derde principe dat vertrouwen oplevert, is dat niemand informatie kan aanpassen of schrappen. Niemand is eigenaar van de database, dus er is ook niemand die in zijn eentje kan besluiten dat er iets weg moet. Als een blok met data eenmaal in de blockchain zit, dan blijft het er voor altijd in zitten, onlosmakelijk verbonden met het voorgaande blok in de keten. Geen gerommel achteraf dus. Daardoor weet iedereen zeker dat alles wat in de blockchain zit correct is en blijft.
De waarde van de blockchain zit hem in deze principes. Blockchain gaat dus niet zozeer over financiën of informatie op zich, als wel over het bewerkstelligen van een gedeelde digitale waarheid waar je op kunt vertrouwen. Geld en informatie kunnen door mensen onderling uitgewisseld worden zonder dat er een vertrouwde derde partij nodig is. Het nodige vertrouwen wordt niet meer ontleend aan de autoriteit die het systeem beheert, maar ligt besloten in het systeem zelf.

Toepassingen

De grote vraag is vervolgens waar je blockchain allemaal voor kunt gebruiken, naast het uitwisselen van cryptografisch geld. De verwachtingen zijn erg hooggespannen – en spreken elkaar soms zelfs tegen. Sommige enthousiastelingen verwachten bijvoorbeeld dat blockchain zal zorgen voor een flinke groei van de wereldeconomie, terwijl anderen juist denken dat blockchain een eind zal maken aan het huidige kapitalistisch systeem. De blockchain wordt soms zelfs de belangrijkste ontwikkeling sinds het ontstaan van het internet genoemd. Dat een ingewikkelde technologie toch veel enthousiasme weet op te wekken, komt door het revolutionaire karakter van blockchain. Een technologie die zo slim en vernieuwend is, daar moeten haast wel fantastische dingen mee kunnen.

Interessante toepassingen zijn te bedenken voor het beheer van productieketens. Het Britse bedrijf Provenance heeft zoiets net uitgeprobeerd. In een pilot-project werd in een blockchain in elk stadium informatie opgeslagen over vis; van de vangst (via SMS’jes van vissers) naar verpakking en transport tot aan de consument (QR-codes op de blikjes), om zo de transparantie en duurzaamheid van de visserij zou kunnen verbeteren. IBM is blockchain-platforms begonnen voor internet of things-toepassingen en voor supply chain management. De eerste cliënt is Everledger, een bedrijf dat de productieketen van diamanten inzichtelijk maakt voor kopers.

Het Rotterdams havenbedrijf werkt samen met ABN Amro aan een experiment om scheepsladingen die de haven binnenkomen te registreren via een blockchain. De Brits-Amerikaanse expediteur Marine Transport International heeft ook al een blockchain opgezet voor gebruik in het internationale transport. Volgens de CEO van MTI, Jody Cleworth, past blockchain zo goed bij het transport vanwege de complexe dataverzamelingen die ontstaan tussen de vele betrokkenen langs de supply chain: havens, verladers, ontvangers, vervoerders en controlerende instanties willen allemaal informatie over de lading opslaan en inzien.

De energiesector zou mogelijk ook baat kunnen hebben bij blockchain. Gas en elektra werden altijd centraal uitgeleverd en afgerekend, maar dat is flink aan het veranderen. Particulieren en bedrijven nemen energie af, maar kunnen met zonnepanelen ook weer energie terugleveren. In New York is al een project gestart, TransActive Grid, waarbij buren de energie die ze opwekken onderling met elkaar afrekenen via de blockchain, dus zonder tussenkomt van een netbeheerder.

Een beroepsgroep die zich wel een beetje zorgen maakt, is het notariaat. Sommige blockchain-voorstanders denken dat het notariaat helemaal overbodig zal worden doordat er na de blockchain-revolutie geen beëdigde notaris nodig is om overeenkomsten te formaliseren. Voor landen zonder betrouwbare kadasters zou dat een uitkomst zijn; de gedistribueerde databases zouden een goedkope en betrouwbare manier kunnen zijn om openbaar eigendomsgegevens bij te houden.

De meeste opwinding over blockchain heerst echter in de financiële sector. Bedrijven die iets doen met financiële technologie, of fintech, denken razend slimme, winstgevende toepassingen te kunnen bedenken die werken op de bitcoin-blockchain of met een eigen blockchain. De bank Santander zegt dat de bancaire sector met blockchains tot wel twintig miljard dollar zou kunnen besparen. In Amerika hebben 25 banken zich verenigd in een blockchain-startup, R3 CEV.

In Nederland is er ook veel blockchain-enthousiasme. Er zijn al drie bitcoin-congressen georganiseerd en aankomende februari wordt in Groningen de eerste Blockchain Hackathon georganiseerd. Onder de aanwezigen zijn in ieder geval ING, Exact, provincies, gemeentes, de Kamer van Koophandel, Deloitte, Microsoft en DNB. De Nederlandse Bank liet tijdens het blockchaincongres in juni weten dat hij in de kelder een netwerkje met pc’s heeft opgezet om met cryptocurrencies te experimenteren.

Gezien de herkomst van de technologie is het niet zo vreemd dat de financiële sector zo’n grote interesse heeft in blockchain. Tegelijk is het ironisch dat juist de financiële instellingen het hardst rennen om de ontwikkelingen bij te houden, aangezien blockchain en bitcoin juist bedacht zijn om banken overbodig te maken. Critici in de blockchain-gemeenschap zeggen dat het onzin is dat banken zich zo storten op blockchain. Banken hébben geen probleem waar blockchain de oplossing voor is, zij zijn het probleem waar blockchain de oplossing voor is. Als er iets is dat banken immers niet willen, is een systeem waar ze geen zeggenschap over hebben. Het gevolg is dat er wonderlijke tussenvormen worden bedacht waardoor de financiële sector toch mee kan doen met de hype. Toepassingen bijvoorbeeld die een beetje blockchain zijn, maar niet helemaal. Organisatieadviesbureau Accenture vroeg onlangs een patent aan op een blockchain die wél achteraf aanpasbaar is door een centrale beheerder. Veel mensen reageerden daar online wat lacherig op. De meestgelezen sarcastische opmerking was: “Een blockchain die je kunt bewerken… is dat niet gewoon een spreadsheet?”

Hindernissen

Toch hebben niet alle bedrijven in de fintech zich geestdriftig op blockchain gestort. Kees Haverkamp is directeur van Newest Industry, een bedrijf dat werkt aan online fintech-oplossingen. Newest Industry is op het moment bezig met het opzetten van een online marktplaats waar MKB’ers zich kunnen laten financieren door hun equity liquide te maken. “Dat is lastig in het huidige financiële systeem. Met onze marktplaats moeten ondernemers dat systeem kunnen omzeilen. Het sluit dus naadloos aan bij de gedachte achter blockchain.” Desondanks gebruikt het bedrijf geen blockchain voor het project. “Met de huidige stand van de techniek is het praktischer om gewoon een applicatie te bouwen met bestaande technieken. We hebben wel flink met blockchain geëxperimenteerd, maar de meeste toepassingen die mensen voor zich zien, zijn allemaal ook zeer goed realiseerbaar met meer gangbare technieken zoals relationele databases.”

Wie kritisch kijkt, ziet inderdaad nog maar weinig échte toepassingen. Bitcoin is voorlopig de enige toepassing die het prototype-stadium voorbij is. Skeptici houden blockchain nog steeds voor een oplossing die op zoek is naar een geschikt probleem. Zij wijzen op de hindernissen die een praktische toepassing van het briljante concept in de weg staan. De belangrijkste hindernis is de omvang van de blockchain. De twee belangrijkste blockchains, Bitcoin en Ethereum, groeien namelijk als kool. Naarmate ze populairder worden, stijgt het aantal transacties dat moet worden bijgeschreven snel. De omvang van de bitcoin-blockchain verdubbelt tot nu toe grofweg elk jaar. Drie jaar geleden was het hele bestand nog 10 gigabyte groot; wie de blockchain nu wil downloaden, heeft ten minste 85 gigabyte vrije schijfruimte nodig. En over een maand 3,5 Gb méér, want dat is hoe snel de hele database groeit dankzij de 200.000 transacties die gemiddeld per dag worden toegevoegd. Daardoor is trouwens behalve een flinke harde schijf ook een serieuze internetverbinding een vereiste. Het verkeer met de andere knooppunten in het netwerk kost zo’n 400 gigabyte of meer per maand.

Lykle de Vries, ‘social enterprise whisperer and bitcoin evangelist’, erkent dat de omvang van de blockchain een probleem begint te worden. “Een full node zou je niet op je smartphone kunnen draaien, maar een wallet om iets mee te betalen kan gelukkig wel.” Zulke bitcoin-portemonnees zijn lichtgewicht applicaties die op een vereenvoudigde manier transacties kunnen doen. Ze vertrouwen daarvoor op de betrouwbaarheid van het netwerk. “Ik denk dat we uiteindelijk wel toe zullen gaan naar verschillende soorten transacties met verschillende mate van betrouwbaarheid. Nu moet je nog tien minuten wachten op zekerheid dat je transactie is opgenomen in het blok. In veel gevallen is dat geen probleem, maar als je een kopje koffie wil afrekenen is het niet praktisch.”

De omvang van de blockchain vormt op die manier nog een ander gevaar voor blockchain. Als de meeste nieuwe gebruikers ervoor kiezen alleen een lightweight client te installeren, kunnen ze wel transacties in de blockchain zetten, maar doen ze zelf niet mee aan het controleren en bijwerken van het grootboek. Als heel veel gebruikers dat overlaten aan een kleinere groep super-gebruikers, krijgen die meer macht. De decentrale database is dan ineens niet zo decentraal meer, terwijl dat toch de belangrijkste garantie is voor de betrouwbaarheid.

Nog een probleem dat een groter groeien van blockchain in de weg staat, is dat nieuwe blokken met informatie die aan de blockchain toegevoegd worden, niet groter mogen zijn dan 1 MB. Die limiet is in 2010 ingesteld om spam en aanvallen van hackers tegen te gaan. Dat betekent dat er een maximum aantal transacties per blok opgeslagen kunnen worden in de blockchain, wat ook weer zorgt voor een maximum van zeven transacties van per seconde. Steeds meer transacties moeten daardoor langer wachten op bevestiging, waardoor het systeem als geheel flink trager wordt. Als bitcoin wil uitgroeien tot serieus betaalmiddel, dan zal het de snelheid moeten benaderen van Visa en Paypal. Die bedrijven kunnen duizenden transacties per seconde verwerken.

Over de vraag of de block-grootte dan maar weer verhoogd moet worden, woedt al twee jaar een stammenstrijd die de blockchain-gemeenschap zo splijt dat het wel ‘Bitcoins constitutionele crisis’ wordt genoemd. Inmiddels wordt er hard gewerkt aan nieuwe technieken die de impasse zouden kunnen doorbreken.

Opportunisme

Met al die fundamentele problemen is het verwonderlijk dat er toch zoveel vertrouwen is in blockchain. Blockchain is een spannend buzzword. Het is iets dat velen niet helemaal begrijpen maar wat desondanks omarmd wordt door ondernemende consultants en techno-optimisten (net zoals eerder cloud computing, big data en internet of things). Paul Bessems bijvoorbeeld, zelfverklaard thought leader, pionier en ‘blockchain consultant’, bepleit een nieuwe organisatiestructuur, blockchain-organiseren. Hij baseerde het concept op de uitgangspunten die de stichters van blockchain hanteerden. “Blockchain moet je zien in een breder kader, breder dan alleen technologie,” vindt hij. Bessems geeft toe dat hij graag aansluit bij alle aandacht voor blockchain. “Je zou het opportunistisch gedrag kunnen noemen. Het is zoals Victor Hugo zei: ‘Niets is krachtiger dan een idee waarvoor de tijd rijp is.’ De tijd is nu rijp om dingen fundamenteel anders te gaan organiseren.”

Volgens Kees Haverkamp is blockchain dan ook een hype die ertoe leidt dat mensen toepassingen gaan bedenken die niet voor de hand liggen. “Als je een enorme fan bent van tractoren en je wilt op wintersport met de tractor, dan kan dat. Het is duurder, langzamer en je bent hartstikke moe als je aankomt, maar het kan. Ik zou zelf liever een stationwagon pakken, want dat werkt beter. Maar ja, iedereen is nu ineens fan van tractors.” Volgens Haverkamp zijn het gewoon “opportunistische investeringsmaatschappijen en banken die achter een hype aanrennen”. “De gedachte achter blockchain vind ik te gek, maar ik ben een nuchtere Brabander. Ik moet 23 mensen salaris betalen en dat gaat niet met luchtfietsen. Daarom wachten we ermee.”

Lykle de Vries gelooft dat de gouden tijd voor blockchain vanzelf komt. “Blockchain en bitcoin volgen gewoon de Gartner hype cycle, net als internet en de mobiele telefoon hebben meegemaakt. Eerst weet niemand ervan, dan komt het in het nieuws en stijgen de verwachtingen immens. Dan valt het tegen, en weer twee jaar later zie je toepassingen. We zitten nu in het piekjaar van blockchain. Volgend jaar zul je overal horen dat het toch te moeilijk is of te duur, en ‘we krijgen het in onze bedrijfstak niet voor elkaar’. Maar daarna zul je zien dat het ineens toch overal nuttige toepasingen heeft gekregen.”

Pixels recyclen in vloeistof-kunstwerk

Nieuwemediakunstenaar Heinze Havinga en ik maakten een kunstwerk dat bestaat uit 50 meter transparante slang, een pomp, ventielen en olie en gekleurd water.

We werken aan een nieuwe versie, maar de eerste installatie die we exposeerden is nog online te bekijken.

Op elke verdieping een antieke radio

Het Nijmeegse hotel-restaurant Credible heeft op elke verdieping van het hotel een vintage radio staan. Ik voorzag ze van nieuwe elektronica en een web-interface om er een ‘multiroom audiosysteem’ van te maken, zodat op elke verdieping dezelfde muziek te horen is.

Foto’s: Marloes Verhoeven

Hagelslag verkopen met een zelfverzonnen legende

Reclamemakers noemen het ‘storytelling’: vertel een mooi verhaal rond je product, dat slaat beter aan dan domweg iets te koop aanbieden. Twee reclamejongens trokken dan ook veel aandacht met hun hipster-hagelslag waarmee ze de Amerikaanse markt willen veroveren. Maar het bijbehorende verhaal blijkt een fabeltje.

Brokjes chocola in een mooie glazen fles met een kurk erop, dat is nog eens wat anders dan een ordinaire lading hagelslag uit een kartonnen pakje.

Reclamemakers Lennart de Jong en Robbert Vos geloven dat ze met hun hip vormgegeven product en een goed verhaal hagelslag kunnen verkopen aan Amerikanen. Het Kickstarter-project waarmee ze hun broodbeleg genaamd Hagelswag lanceerden is al een eind op weg.

Het mag wat kosten, zo’n mooi product. Voor een fles met 258 gram chocola betaal je 20 euro; een pak 400 gram pure fair trade hagelslag kost in de supermarkt nog geen twee euro. Omgerekend naar kilo’s is het ruim 77 euro tegen 4,75 euro: Hagelswag is zestien keer duurder dan ‘gewone’ chocoladehagel.

Lennart de Jong legt uit waar dat prijsverschil vandaan komt. “Het is zeker een andere prijs dan we misschien gewend zijn van broodbeleg in de supermarkt. Wij hebben dan ook op een andere manier naar dit product gekeken.”

De twee marketeers wilden een gezondere, lekkerdere hagelslag en stapten daarom naar een chocolatier (“een van de betere”) en vroegen hem met hele goede kwaliteit chocola voor op brood te maken. “Dan begin je al in een iets ander segment. Dit is de chocola waar ze ook bonbons van maken.”

Chocolatier uit de Gouden Eeuw

De hagelslag-innovatie trok afgelopen week veel media-aandacht. Het heeft dan ook álles: een typisch Nederlandse lekkernij, Hollandse jongens die Amerika willen veroveren, fris design én een mooie ontstaansgeschiedenis die begint in de Gouden Eeuw. De Jong en Vos hangen hun product namelijk op aan het karakter van ene Gerbrand Slag, een zeventiende-eeuwse chocolatier uit Amsterdam.

Hagelswag noemt hem als ‘original founder’. Hij zou de uitvinder zijn van de hagelslag zoals we die nu kennen, om elke dag op je brood te doen. Die uitvinding wekte echter de wrok op van zijn collega-chocolademakers, aldus het creatieve duo Vos&Len in hun Kickstarter-video, omdat hij van chocola zo een product maakte voor ‘gewone mensen’.

Gerbrand Slag zou daarom in 1656 een grote lading hagelslag hebben gemaakt en daarmee zijn vertrokken naar Nieuw-Amsterdam, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Maar, vertellen Vos en De Jong, Slags schip (de Prins Maurits) zonk in het zicht van de haven in het nieuwe land. Slag en zijn bemanning overleefden het, maar de hagelslag niet.

Dat is de reden dat Amerika Nederland wel kent van de tulpen en de klompen, maar niet van de hagelslag. En dat willen de heren nu rechtzetten, onder de slogan ‘Finishing Gerbrand’s journey’.

Ze ‘werken in zijn geest’ en gebruiken de beste bonen en pure, natuurlijke producten, want: “Gerbrand Slag werkte alleen met de beste ingrediënten”. Duo Vos&Len weet kennelijk nogal wat van de geschiedenis van de tot nu toe onbekende Gerbrand Slag.

Maar hoe bloedserieus ze het prachtige verhaal ook vertellen – het roept ook vragen op. Hoe komt het dat twee Amsterdamse reclamemakers zo’n historische vondst doen, zomaar als ze hun idee voor een nieuw product onderzoeken? Is dat niet ongelofelijk bijzonder?

Geschiedenis van hagelslag

Volgens Lennart de Jong is het begonnen toen ze tijdens de lunch een nieuwe hagelslag bedachten en ‘Hagelswag!’ riepen. “Toen kwam Robbert twee dagen later terug met een stukje onderzoek naar de geschiedenis van hagelslag.”

Wie zoekt naar het ontstaan van hagelslag, vindt al snel het verhaal dat hagelslag rond 1919 is bedacht door B.E. Dieperink, de directeur van snoepfabriek Venco. Dat staat Hagelswags verhaal niet in de weg, menen de reclamejongens. “Goede ideeën kennen vele vaders, en zo is het ook met hagelslag. Venz pretendeert de eerste te zijn, De Ruijter idem dito. Het verhaal dat wij hebben gehoord, klopt voor ons veel meer qua werkelijkheid.”

Venco’s originele recept van hagelslagdeeg is ten minste te vinden in het Amsterdams Stadsarchief. In dat archief zoeken op de naam Gerbrand Slag levert niks op. Google geeft alleen de enthousiaste nieuwsberichten over Hagelswag van afgelopen week – en één verwijderde Wikipedia-pagina.

Nep-artikel op Wikipedia

De auteur van de pagina is iemand met de gebruikersnaam TrevorObbs, een naam die elders online wordt gebruikt door Robbert Vos. TrevorObbs is een anagram van zijn naam. Op de pagina stond “Gerbrand Slag was een Nederlandse banketbakker die leefde in de 17e eeuw. Hij wordt gezien als de ontdekker v…”.

Een vrijwilliger van Wikipedia verwijdert de pagina op 20 oktober 2014 met de opmerking: “omdat het overduidelijk een nep-artikel is”. Het aanmaken (en weghalen) van het artikel gebeurde een maand nadat Robbert Vos en Lennart de Jong, volgens de tijdlijn op hun Kickstarter, begonnen met Hagelswag.

Heeft Hagelswag Gerbrand Slag echt niet gewoon zelf verzonnen? Lennart de Jong: “Ik kan je vertellen dat we zoveel mogelijk research hebben gedaan. We zijn naar Het Scheepvaartmuseum gegaan, zijn in logboeken gedoken. We weten wel wat van reclame en storytelling, maar dit wisten we niet. Ook wij kunnen niet met zekerheid zeggen dat het klopt, net als andere merken niet kunnen zeggen dat hun verhaal klopt. Dit is wat wij geloven.”

Hoe komt het dan dat Nederland die beroemde, innovatieve chocolatier Gerbrand Slag is vergeten? De Jong: “Slag betekent in het Amerikaans ‘slet’. Wij denken dat Slag zijn achternaam mogelijk heeft veranderd en daarom niet meer te vinden is.”

Maar ook dat is niet aannemelijk. Het klopt wel dat ‘slag’ volkstaal is voor prostituee of promiscue vrouw, maar volgens de Oxford English Dictionary is dat pas zo sinds halverwege de twintigste eeuw. De allereerste vermelding van slag in het Engels is in de betekenis van ‘lafaard’, maar dat is in 1788 – ruim honderd jaar na Gerbrand Slags vermeende reis.

Cacao alleen gedronken

Technisch kan het eigenlijk ook al niet, hagelslag als broodbeleg in de zeventiende eeuw. Historicus Peter Scholliers van de Vrije Universiteit Brussel legt het graag uit, “want ik houd van chocola”. Scholliers leidt de onderzoeksgroep Sociaal en Cultureel Voedingsonderzoek en is redacteur bij vakbladen zoals Food & History.

“Ik vind het bijzonder mooi dat die twee jonge mannen zo gebruik maken van het verleden om hun product aan de man te brengen. Het is een mooi verhaal hè. Maar ik ben ook zeer sceptisch. Goed gevonden, maar ik betwijfel het in grote mate”, zegt Scholliers. “Amsterdam was toen het New York of Tokyo van nu. Dat er veel gebeurde, staat als een paal boven water. Maar cacao werd toen alleen gedronken.”

Chocola in vaste vorm eten breekt pas door rond 1870. De woorden chocolatier en chocola verschijnen sowieso pas in het eerste kwart van de negentiende eeuw, vertelt Scholliers. “Het woord chocolat in de betekenis van vandaag, als reep of plak, werd niet gebruikt tot in 1850.”

Hoge technologie

Nadat de Venco-directeur op het idee kwam dat witte, broze korrels met een anijssmaak als broodbeleg zouden kunnen dienen, zou het nog tot 1936 duren voordat Venz met de productie van chocoladehagelslag kon beginnen. Dat is veel plausibeler, vindt Scholliers.

“Hagelslag is een product van hoge technologie. Als je in de pre-industriële periode chocola wil maken, dan moet dat manueel. Hoe geraak je dan op hagelslag? Met een halve dag werken heb je misschien 100 gram.”

Met de voedingsnijverheid in 1936 is het perfect plausibel, denkt Scholliers. “Het verhaal over een zeventiende-eeuwer die misschien naar Nieuw-Amsterdam is gevaren, dat kan allemaal waar zijn, maar het lijkt me toch een marketing-aangelegenheid.”

Brief over schipbreuk

Diederick Wildeman, conservator zeevaartkunde en bibliotheekcollecties van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, wil wel even opzoeken of de reis met de Prins Maurits inderdaad heeft plaatsgevonden. En warempel, dat schip is daadwerkelijk in 1656 vertrokken vanaf Texel, en is in 1657 vergaan voor de kust van Long Island. Dus dat deel van het verhaal van Hagelswag klopt!

“Nou ja, dit is alles. Is die man ook aan boord?” vraagt Wildeman retorisch. “Ze kunnen hier in het museum geweest zijn en dit schip eruit hebben gepikt. Het verhaal zou nog steeds op duizend-en-een manieren kunnen kloppen, maar om meer te kunnen nagaan, moeten ze een bron noemen en op welke regels het staat.”

Aan de hand van de informatie van het Scheepvaartmuseum is ook een brief terug te vinden die koloniebestuurder J. Alrich op 13 april 1657 schreef aan zijn meerderen in Amsterdam over de schipbreuk van de Prins Maurits. Alrich schrijft dat alle ‘droge goederen’ op tijd van het zinkende schip konden worden gehaald. Alleen wat bouwmaterialen zoals stenen en smidskolen gingen ten onder; de consumptiegoederen werden gered. De brief maakt nergens melding van een lading hagelslag.

Vierhonderd sponsors

Desgevraagd kan Robbert Vos geen exacte bron noemen voor het bestaan van Gerbrand Slag. “We hoorden dat verhaal, en zijn het gaan uitzoeken. We vonden heel veel kleine stukjes informatie, waarvan we op een gegeven moment hebben gezegd: ‘Dit is zo inspirerend voor ons, dat we er graag in geloven.’ Of Slag echt bestaan heeft kunnen we niet bewijzen, maar dit verhaal is voor ons rond en we willen het graag met de wereld delen.”

Hagelswag heeft nu vierhonderd sponsors en zit met nog negen dagen te gaan op bijna twee derde van hun doel van 30.000 euro. In augustus wil Hagelswag flessen gaan produceren, om in oktober te beginnen met leveren.

Misschien moet dat zonder storytelling en zonder Gerbrand Slag, want het heeft er alle schijn van dat de fraaie ontstaansmythe van Hagelswag regelrecht uit de duim is gezogen.

Publicatiedatum:
20/05/2016

Wat las Astrid vorig jaar?

Mijn vriendin leest veel boeken. Heel veel. Astrid leest voor haar werk (docent Engels en literatuurwetenschapper), maar ook voor haar plezier. Als ze een boek uit heeft, schrijft ze de titel in haar agenda. Omdat het er zoveel zijn, leek het me leuk om er met D3 (een prachtige tool voor datavisualisatie) een paar infografieken van te maken.

We laten zien wanneer Astrid welke titels las en in welke taal en uit welke landen ze boeken las.

Interactieve infographics: tijdlijn en bubbels.

Blogpost: The books I read in 2015

Nieuwjaarskaarten met optimistische grafieken

Ik hou van nieuwjaarskaarten sturen, en ik hou van infographics. Samen met een paar briljante professionals maakte ik een set nieuwjaarskaarten op basis van wat statistieken die optimistisch stemmen.

De kaarten die infographics-tovenaar Nadieh Bremer, illustrator Sterre Verbokkem en datagraver Stephan Okhuijsen en ik maakten, zijn gratis te downloaden op http://datagraver.com/gelukkig

Nadieh Bremer schreef een uitgebreide ‘making of’ op haar prachtige weblog.

Vintage televisie met een modern beeldscherm

Het begon met een eerste televisie voor lunchroom Sid en Liv in Nijmegen. De eigenaren wilden graag een scherm in de zaak waarop klanten zouden kunnen zien of er regen of droog weer aankomt. Mensen vragen in zo’n koffiezaak immers na een bui altijd of het zin heeft om weer op het terras te gaan zitten. Maar een gewoon televisiescherm staat niet in zo’n mooie zaak, en zo ontstond het idee voor een mooie televisie uit de jaren vijftig met een computermonitor en een Raspberry Pi erin.

De tv was zo leuk om te maken en de respons zo positief, dat ik er mee door ben gegaan. Inmiddels heb ik al een flinke klantenkring opgebouwd en staan mijn televisies te pronken in horeca, kledingwinkels en zelfs in een escape room.

Meer informatie: retromedia.nl

Zelf een vintage televisie ombouwen? Ik heb een handleiding geschreven op Instructables en in computerblad PCM (pdf).

Pagina 1 of 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén