Eerlijke Media

journalist en maker Jaap Meijers

Categorie: Archief

Thuisafgehaald.nl: cateraars in spe gebruiken buren als springplank

Op Thuisafgehaald.nl verkopen particulieren hun zelfgekookte maaltijden aan buurtgenoten. Het is hun hobby en ze doen het voor de bedankjes. Maar voor sommigen is Thuisafgehaald meer dan dat: een springplank voor hun eigen cateringbedrijfje.

Koken voor mensen uit de buurt is dankzij Thuisafgehaald.nl een groot succes. Al bijna vijfduizend mensen verkochten ruim 30.000 maaltijden op Thuisafgehaald.nl, meldt de site. Voor de meesten is het een leuke manier om anderen te laten genieten van hun kookkunst. Gewoon om de hobby dus, voor niet meer dan de kostprijs (vaak ergens tussen de 1,50 en 6 euro) en een bedankje.
Dat neemt niet weg dat sommigen het groots aanpakken. ‘Leonandthegirls’ in Leidschendam heeft een menukaart waar wel negentig gerechten op staan. Hij staat in de top 20 ‘fanatiekste thuiskoks’. De twintig mensen op dat lijstje verzorgden samen ruim een derde van alle maaltijden die via Thuisafgehaald werden uitgewisseld.

Rij voor de voordeur
De meest fanatieke thuiskok is Frank (53) uit Rosmalen. Hij werkt ‘s nachts als beveiliger in het ziekenhuis. Eens per week staat zijn huiskamer tegen etenstijd vol afhalers. “Vandaag zijn het er 35, maar vaak zijn het er zestig of zeventig. Dan staat er een rij voor de voordeur.” Sinds juni vorig jaar verkocht hij al zo’n 1.200 porties via de site. Dat is niet alles, want inmiddels weten zijn buren hem ook al buiten de site om te vinden.
Deze avond serveert Frank rendang, met witte rijst, rundvlees, atjar en zelfgebakken kroepoek. Frank is twee of drie dagen bezig om het allemaal voor te bereiden. Zijn Indische schoonmoeder schept de witte rijst uit een grote roze plastic teil. “Koken is mijn passie. Van haar leer ik de fijne kneepjes.”

Aspiraties
Wil hij dit niet professioneel gaan doen? “Welnee, dan is het niet leuk meer. Kan ook niet voor die prijs hè, dan moet je 9 euro gaan vragen. Nou, dan staan ze echt niet meer in de rij hoor. Stiekem vind ik het wel leuk als ik er een klein beetje aan overhoud, maar daar gaat het niet om. Het is zó leuk om te doen, door alle reacties en die stoet mensen.”
In de voorwaarden van Thuisafgehaald.nl staat ook dat het niet de bedoeling is dat professionele bedrijven maaltijden aanbieden. Het moet kleinschalig blijven en sociale contacten tussen buurtbewoners stimuleren. De thuiskoks uit de top 20 zoals Frank zijn dan ook uitzonderingen.

Springplank voor eigen bedrijfje
Toch is het platform een mooie springplank om de catering in te gaan. Fay Verbrugh (27) is haar cateringbedrijf begonnen dankzij Thuisafgehaald.nl. Ze staat nog wel op Thuisafgehaald (‘voor de vaste klanten’) maar sinds 1 januari heeft ze haar eigen catering: Fay’s Foodies. Ze had al vijf avonden in de week zo’n tien afhalers, en daar  is nu de catering bijgekomen, taartjes voor verjaardagen en paar keer per maand sushi-workshops. Het gaat heel goed.
“Ik had altijd al aspiraties. Nadat ik een zoontje kreeg stond alles een beetje op pauze, maar in september gaf ik me op voor Thuisafgehaald.nl. Dat liep meteen zó hard! Zo kwam ik erachter dat er wel iets in zat. Positieve reacties van vreemden is toch echt iets anders dan familieleden die zeggen dat het zo lekker is.”

Meer cateringsbedrijven in crisistijd
Veel mensen lopen rond met plannen voor een eigen catering. Ondanks de crisis stijgt hun aantal zelfs. Of misschien juist dóór de crisis – mensen die ontslagen worden en dan maar hun dromen gaan verwezenlijken. Sinds 2007 kwamen er 1.675 cateringbedrijven bij, blijkt uit cijfers van het CBS. Het aantal horecabedrijven steeg in die periode ook wel, met 11 procent, maar de catering groeide percentueel gezien nog veel harder: 36 procent meer bedrijven in vijf jaar.
Verbrugh: “Eerst met de baby was het gewoon leuk en een beetje bijverdienen, maar dat hoort eigenlijk niet via Thuisafgehaald. Voor de belasting is het ook niet echt de bedoeling, dus toen ben ik maar voor mezelf begonnen.”

Valse concurrentie
Vormen de thuiskoks geen valse concurrentie voor de professionele cateraars en afhaaltenten? Johanneke de Roon (35), voormalig belastingadviseur, kookt bijna elke dag voor afhalers. Het valt wel mee met de valse concurrentie voor de friettent, denkt ze. “We zitten niet in hun vaarwater. Mensen zullen door ons eerder minder kant-en-klaarmaaltijden van de supermarkt kopen.”
Heeft Fay’s Foodies nu geen valse concurrentie van die goedkope thuiskoks? “Het gaat toch gewoon om hoe goed je bent. Bij mij in de Archipelbuurt in Den Haag komen er wel meer aanbieders bij, maar ik heb er geen last van. Door Thuisafgehaald heb ik al sinds de eerste dag een vaste clientèle.”

Voedselveiligheid
Professioneel werken betekent wel dat ze het wat anders moet aanpakken: “Je moet producten stickeren en op volgorde bewaren. Vlees niet boven de groente bewaren en ingrediënten apart houden. Ik heb hogere hotelschool gedaan en
daar geleerd over voedselveiligheid en hygiëne, dus voor mij was dat geen probleem.”
Hoe zit met de voedselveiligheid bij Frank? “Ja dat is de volgende stap hè. Ik heb al een nieuwe koelkast gekocht.” Hij laat de koelkast met glazen deur zien. Tegen naheffingen van de belastingdienst heeft hij zich ook al ingedekt. “Door alle kookstellen en de extra koelkast geef ik wel 25 euro per week extra uit aan gas en stroom. Het eten is maar tegen kostprijs, maar ik dien toch btw-aangifte in. Anders krijg je maar een hoop gezeik. En dan kunnen buurman de Chinees en buurman cafetaria ook niks zeggen.”

Publicatiedatum:
22/02/2013

‘Nieuws is pas nieuws als Nu.nl er iets mee doet’

Voor journalisten-weblog De Nieuwe Reporter interviewde ik Wouter Bax, toenmalig hoofdredacteur van Nu.nl. Bax schrok er niet voor terug om stevige uitspraken te doen over zijn collega’s bij kranten en andere media:

“Echte nieuwsgierigheid ontbreekt. Ik vind het ongelofelijk hoe bij oude media het kwartje niet valt en ze online journalistiek heel gemakkelijk afdoen als iets dat minderwaardig is. Terwijl juist daar de ontwikkelingen zijn. Juist mensen die online actief zijn, lijken het meeste na te denken over wat je met kranten en tijdschriften zou kunnen doen. Daar komen veel meer goede ideeën vandaan dan uit de papieren sector zelf.”

Publicatiedatum:
14/08/2012

Astronomy in Africa

Home-made telescopes, cc Carolune

The international astronomers’ union last summer decided to start promoting astronomy in developing countries. For Dutch magazine on African culture ZAM, I interviewed African astronomers, among them the only astronomer in Angola, about their hopes for their own telescope and the dark nights on the darkest continent.

 
Please note that this is my unedited translation of the article, which was written in Dutch.
– – – – –

Being an astronomer in Africa is a bit of a lonely profession. Most colleagues are in the West and when you talk about stars and planets, people look at you wondering if you are mad. But Africa needs stargazers.

The prettiest sky in the world is found in Africa. In the south of Angola and the north of Namibia, at 16 degrees South to be precise. Astronomer Jaime Vilinga went there with French colleagues to observe the quality of the Angolan atmostphere: “The research showed that for a few months in the year, the circumstances there for looking at the stars and planets are the best in the world. No industry, no light pollution. The milky way is so bright that you have the feeling you can touch it.”

Satellite photos of Africa by night show how dark the continent is: except for Johannesburg, the Mediterranean Sea coast and the Nile valley, there is barely any light pollution. A lot of dark sky, which is ideal for astronomical observations. But that does not mean many Africans occupy themselves with cosmos research. Of the ten thousand astronomers worldwide who are member of the International Astronomical Union (IAU), only 1.5 percent is from an African country – almost exclusively South-Africa and Egypt. But that is something the astronomers want to change.

This year it’s 400 years ago Galileo Galilei first used a telescope to study the night sky. To celebrate, the UN and the IAU declared 2009 the international year of astronomy. They organized stargazing nights and education projects to get more people interested in what’s to see above us. But the astronomers are not taking the easy route: in the coming years, they want to promote astronomy especially in development countries.

Solar eclipse

A lot of big telescopes are in countries such as Chili, Mexico, Azerbeidzjan and Namibia, because there the circumstances for observations are favorable. A few of the worlds largest telescope are in Africa. In South-Africa is the Southern African Large Telescope (SALT), an optical telescope which can observe objects with the brightness of a candle flame on the moon. The South-Africans lovingly call the telescope ‘Africa’s Giant Eye’.
A hundred kilometers from Namibia’s capital Windhoek is HESS, the largest telescope for gamma radiation in the world. Africa’s largest radio telescope, a 26-meter dish, is in Hartebeesthoek, 65 kilometers Northwest of Johannesburg. In that remote valley the radiation from galaxies can be detected without intereference of radio waves from earth.

But the location of those telescopes does not mean they are manned by scientists from those countries. Astronomers in Africa have a bit of a lonely profession, because they are few. In the USA, 2577 astronomers are member of IAU; in Angola, on a population of 13 million, there is only one: Jaime Vilinga. “I’m special. I am the only astronomer in my country.” Interest for astronomy is rather high since the solar eclipses which were visible there in 2001 and 2002. Both attracted a lot of tourists and scientists. “We travelled to the country side and explained to people how they should observe the eclipse without damaging their eyes. We told them this is natural, not something evil.” Vilinga got a scholarship to study in Paris. When he got his Ph.D. in 2006, UNESCO officials and the Angolan ambassador came to the ceremony.

Now Vilinga is 47 and back, working at the univserity in Luanda. “People know me in Angola. If they want to know something about space, television and radio stations quickly start looking for me.” The Angolans dream of their own big telescope. “The government wants to build an observatory in the south, fifty kilometer from Lubango. But we don’t have the specialists to make that work. I try to convince them that it is better to build an Angolan national observatory here in the capital. That would make astronomy visible. My personal dream is an entertainment park, where young people can play and learn at the same time. With a telescope, a planetarium and IMAX-films. They can learn there and maybe they will think ‘I want to be a physicist or a chemist’.

But he’s not sure if those dreams will come true: “I am doing my best, but it’s hard to do something. We are coming out of a long civil war and there are still ethnic problems. People are dying from polluted water and malaria. When I talk about astronomy, people say: ‘He is crazy. How can he talk about stars and the moon, when people are dying of a lack of food?’.

Twinkling

Kevin Govender works for the South African Astronomical Observatory, the organisation which operates the SALT telescope. It’s a beautiful site: “There is lots of open space in Africa, abundant acres of unpolluted light. Even the major ESA observatories in Chili are near towns, but here in Sutherland there is nothing, only darkness. On moonless nights you can walk by the light of the stars. It is a perfect sky. When the atmosphere is stable, with not much wind or moisture, stars don’t even twinkle. You see very sharp images, even with the naked eye.

African are certainly open to astronomy, Govender thinks. “The night sky is not a foreign thing to people. Astronomy is part of our culture and history. Some of it is scientific, with people using stars for navigation or to know when to start planting. But there are also beliefs, where people have stories about what causes night and day or how the sun is made. When there was no tv, the sky was your friend, the most familiar thing.”
Telling people about science however can still be a challenge: “It works best to first talk about their current beliefs about the sky. Then you can have them look through a telescope and tell them ‘this is what we figured out using technology. Showing them Saturn has rings and Jupiter has moons, that is a powerful way to tell something.”

Govender does understand that an expensive science such as astronomy does not have high priority with most Africans. “To the man in the street it is clear that we should invest in houses, not telescopes. But fortunately our government realises how important science and high-tech research are.” But really, why is it so important for Africa that more should be done about astronomy? “I studied nuclear physics, with a major in astronomy. I always felt astronomy is great. You get to think about the evolution of our solar system or the beginning of the universe. That’s very powerful, especially because it is so hard. It inspires people to think, and in Africa we need thinking people. More technicians and engineers are needed to solve Africa’s problems. We can’t keep relying on food aid, we need to accept the challenges. Astronomy is an area which can inspire to become problem solver, for instance by studying physics or mathematics.”

If you walk into the control rooms of the large observatories, you won’t see only white people anymore, he says: “There’s more and more black Africans working there. Most of them are young and at the start of their career. But when the managers will retire, those African Ph.D’s are going to take their place.”

Beginners

Astronomy is tought in more and more schools and universities in Africa. In Kenya, dr. Paul Baki of the University of Nairobi just founded a faculty for astronomy. “In 2001 I was at a congres for physicists in India and there I got talking to astronomers. Their field fascinated me. I had never used a telescope before that. When I came back, I started developing a course astronomy and astrophysics.”

But is it possible to see anything in Nairobi, by the light of its three million inhabitants? “On campus the light pollution isn’t so bad. We have very good sight now and then. Sometimes I get invited by hotels in the near wildlife reserves like Masai Mara, to talk to their guests about astronomy. And there it’s pitch-dark.”

Interest for academic education certainly is not the problem. In October the first group of thirty students has started. Sixty students had applied, but Baki can’t yet facilitate that many students. “We are beginners. We don’t have an observatory. We do have teachers, but they have been trained in theoretical physics. We are managing this course with two people, which is not enough. It is a bit of a challenge.”

Baki is assured of the support of his international colleagues. The IAU has adopted a strategic plan for the ten years to come, which states that the astronomers union will work to improve the ‘infrastructure for astronomy in emerging countries’, by advising governments and support educational institutions. The astronomers say more attention for astronomy will stimulate the development of higher education, which in turn is good for economy.

A lot is going to happen, and not only withing the walls of universities. Even though getting them through customs is not easy, Kevin Govender in South-Africa should soon receive 3.000 telescopes donated by the IAU. Paul Baki is still waiting as well, but there too 251 telescopes will be delivered, for use at schools and in educational programmes.

In Nigeria and South-Africa two new radio telescopes are being built. The MeerKAT telescope in South-Africa should be working in 2013 and will then be the largest radio telescope in Africa. It is expected that within two years the Nigera Radio Telescope will be ready for research on black holes, molecular clouds and the formation of galaxies. But even without telescopes the skies will attract the attention of Africans – on January 15 another solar eclipse will be visible in, among other countries, Chad, Kenya and Somalia.

= = = =

Galileoscopes, the cheap but sturdy telescopes the IAU is sending to developing countries, are available for sale:
www.galileoscope.org

In January another solar eclipse is visible in a large part of Africa. NASA has a calendar of solar eclipses in the coming decades on its special website:
http://eclipse.gsfc.nasa.gov

Astrophotographer Thierry Legault shows the pictures he made during his trip with Jaime Vilinga to Angola in 2004: http://www.astrosurf.com/legault/angola_mai2004.html

Official website of the International Year of Astronomy:
www.astronomy2009.nl

Earth by night on stitched-together satellite photos:
http://apod.nasa.gov/apod/ap001127.html

Publicatiedatum:
01/12/2009

Twisst: 24.000 gebruikers en een interview met de BBC

Inmiddels laten rond de 24.000 Twitter-gebruikers in 167 landen zich door Twisst waarschuwen wanneer het ruimtestation ISS bij hen overkomt. In oktober werd ik door de BBC over Twisst geïnterviewd.

Twisst is een applicatie op Twitter waarmee mensen zich een bericht kunnen laten sturen wanneer het internationale ruimtestation ISS bij hen overkomt.
In september maakte ik deze infographic om te laten zien hoeveel mensen gebruik maken van Twisst. Op dat moment waren het er 13.700 in ongeveer 130 verschillende landen. De afgelopen maanden kwamen daar nog eens ruim 10.000 mensen en 37 landen bij.

In oktober werd ik geïnterviewd over Twisst door het BBC Radio 5-programma Pods & Blogs (beluister de podcast).
Zie www.twisst.nl en www.twitter.com/twisst

Publicatiedatum:
21/10/2009

Afstudeerscripties zijn ‘state of the art’

Op HBO-niveau bezig zijn met design en technologie, wat is er mooier? Het kan aan de opleidingen Grafimediatechnologie (GMT) en Communication and Multimedia Design (CMD) van de Hogeschool Rotterdam. Het is een erg inspirerende omgeving, waar creatieve jongeren leren over oude en nieuwe technieken en hoe ze die op een slimme manier kunnen toepassen.

De onderwerpen waar ze op afstuderen zijn behoorlijk cutting edge, van sociale media en websites voor de Chinese markt tot augmented reality en mobiele web-apps. Ik schreef voor de examencatalogus van beide opleidingen drie artikelen, waaronder één over de manier waarop hun scripties de ‘state of the art’ weerspiegelen.

Na deze artikelen kreeg ik een tweede opdracht van de Hogeschool Rotterdam, om artikelen te schrijven voor een publicatie over het Pressure Cooker-project.

Publicatiedatum:
01/07/2009

Ik zeg: begin gewoon

Enter, zomer 2009

Nu er ontslagen dreigen bij mijn voormalige werkgever, vond de redactie van het personeelsblad van PCM, Enter, het een goed idee om iemand te interviewen die zelf besloot om weg te gaan. Vandaar dat ik nu de eer heb om de hele zomer mijn ex-collega’s serieus aan te kijken vanaf de voorpagina van hun personeelsblad. Dit is het korte artikel van Marije van den Berg. De foto is gemaakt door fotograaf Kees Hummel.

Kranten moeten knijpen. Na bezuinigingen bij PCM Media moeten er nu ook – veel – mensen uit bij AD. De andere kranten zingen het uit, maar maken vaak wel pas op de plaats. Onzekere tijden zijn het. Maar Jaap Meijers, voorheen internetredacteur bij Trouw, nam twee maanden geleden niettemin vrijwillig ontslag. “Ik zag allerlei kansen om geld te verdienen met internet, ja, ook in deze tijden van crisis, maar ik had het gevoel dat ik die niet bij het grote PCM kwijt kon. Alles duurt er te lang naar mijn zin. Dus toen heb ik de knoop maar doorgehakt en mijn vaste contract opgezegd. Ik werk nu voor mezelf als journalist en webbbouwer via www.eerlijkemedia.nl. Want naar mijn idee moet je zo veel mogelijk doen waar je goed in bent; op die manier ben je voor anderen het waardevolst. Dat zou mijn advies zijn aan mensen die onvrijwillig hun baan verliezen: zoek naar je talent, werk daaraan. En vooral: begin nu. Om me heen praten mensen over goede ideeën, voor reportageseries, voor websites, maar ze beginnen er niet aan, omdat er geen geld of geen tijd zou zijn. Ik zeg: begin gewoon. Er zijn altijd kansen. Je moet iets kunnen – en je kunt iets als je bij PCM vandaan komt – en dan moet je durven. Dat wil overigens niet zeggen dat ik nu na een paar weken al omkom in het werk hoor, haha. Maar ik doe wel precies wat ik wil.”

Publicatiedatum:
15/06/2009

De nieuwhandel zakt in, de revisiebranche bloeit

Een medewerker van DMR met een krukas die gereviseerd moet worden. © Herman Engbers

Lege orderboeken, kelderende export, ontslagen: dat is de trend. Maar er zijn bedrijven die bloeien als nooit tevoren. Deel 3 van een serie: motoren belanden niet meer bij de sloop, ze worden opgeknapt door revisiebedrijf DMR.

Succesvol in crisistijd

In de werkplaats van revisiebedrijf Drentse Motorenrevisie (DMR) staan motorblokken in nette rijen naast elkaar: motoren van een aggregaat, uit de shovel van een aannemer en een enorme dieselmotor uit een plezierjacht. Vooraan liggen kleine cilinderkoppen van een auto uit 1915. Monteur Tony Porsul is op de kotterbank cilinders aan het uitboren. Als die versleten zijn, kunnen ze olie gaan lekken. „Je hebt echt eer van je werk. Zelf een motor eruit halen en reviseren, sleutel omdraaien en dan doet ’ie het. Meestal. Het is mooi werk.”

Zijn baas Gerrit Früchnicht kijkt toe: „Een cilinder is net een hartklep van een mens hè? Als die versleten is, dan gaat de capaciteit ook achteruit. Mensen hebben vaak niet door dat iets maar voor zestig procent stuk is. Een motor is dan een hoop oud ijzer. Wij maken er weer een motor van.”

Terwijl het niet goed gaat bij bedrijven die nieuwe auto’s en machines verkopen, bloeit de revisiebranche. Früchnicht heeft duidelijk meer orders van meer klanten, zegt hij. Hij begrijpt wel hoe dat komt: „Banken doen moeilijk, investeren wordt lastiger, en dan komen wij in zicht. Motoren die tienduizend uur gedraaid hebben, worden niet weggedaan maar gereviseerd. Wat normaal aan mijn neus voorbijging, dus wat ingeruild of geëxporteerd werd, dat wordt nu weer gerepareerd.”

In 1991 begon Gerrit Früchnicht voor zichzelf. Afgelopen jaar heeft het bedrijf twee nieuwe monteurs aangenomen. Zeven mensen werken er nu, inclusief hijzelf en zijn vrouw. „We hebben elk jaar wel zo’n 20 tot 25 procent groei. Dit jaar lijkt het nog gekker te worden allemaal. De cijfers die we vorig jaar juni haalden, hebben we nu voor dit jaar al gehaald. De nieuwhandel dondert in elkaar en specialisten die kunnen repareren zitten helemaal vol. Onze drie bruggen zijn continu bezet. Via internet komt veel bij ons, ook van garages die het zelf te druk hebben.”

DMR zit in een nieuw gebouw. Op de glimmende vloer van de entreehal staan bonkige motorblokken op pallets tentoongesteld. De revisiebranche heeft de laatste jaren ook zichzelf gereviseerd. Revisiebedrijven zijn geen oude smederijen meer, maar nette werkplaatsen met heel precieze meetapparatuur. Früchnicht wijst aan: „Een krukasslijpmachine, een cilinderboormachine, een hoonmachine, en daar een bovenloopkraan. Die specialistische machines heb je nodig om motoren up-to-date te krijgen. Als een cilinderkop zijn kilometers gehad heeft, kunnen garages hem alleen uit een auto halen en demonteren. Waar zij ophouden, gaan wij verder.”

De effecten van de crisis zijn duidelijk zichtbaar op het industrieterrein in Hoogeveen, waar veel grote autodealers en verhuurbedrijven zitten. Het terrein van het verhuurbedrijf staat vol heftrucks en graafmachines. Bedrijven laten hun kostbare industriële machines niet graag stilstaan, maar nu ze toch minder te doen hebben is het een goed moment voor revisie. In de werkplaats van DMR staat een grote hijskraan, van een verhuurbedrijf. Een monteur zit bovenop een Mercedes V8 Turbo. „Een van hun grootste kranen. Hij weegt tachtig ton. De machinist helpt zelf mee met het opknappen, door hydroliek-slangen te vervangen bijvoorbeeld. Ze hadden die kraan eigenlijk al afgeschreven.”

’De sector is de laatste 10 jaar gesaneerd, het zijn nu net laboratoria’

Henk Mannessen, de voorzitter van de afdeling Revisie van de Bovag, bevestigt dat het goed gaat met de branche.

„Ik gun niemand een crisis, maar voor mensen met een ambacht is dit wel een goede tijd.

Schoenmakers, die zullen nu ook wel bulken van het werk. Deze eerste drie maanden zijn normaal rustige maanden waarin iedereen in de revisiebranche onderhoud pleegt aan de eigen machines.

Maar nu is het echt formidabel. Vooral in de industriële tak is de omzet flink gestegen, en dat zet nog wel even door.”

Drieënzeventig revisiebedrijven zijn lid van brancheorganisatie

Bovag – de meeste daarvan reviseren motoren.

In totaal zijn er tweehonderd revisiebedrijven in Nederland, schat de Bovag. De helft bestaat uit eenmanszaken, zoals specialisten in de revisie van componenten, waaronder bijvoorbeeld radiateurs en dynamo’s vallen. Het totaal aantal mensen dat in de revisiebranche werkt, wordt geschat op ongeveer vijfhonderd.

Volgens Henk Mannessen, zelf eigenaar van Mannessen Engines, is DMR een bedrijf zoals de Bovag ze graag ziet. „De laatste tien jaar is de sector gesaneerd. Daarvoor zaten er nog wel slechte bedrijven bij. Door de milieuregels zijn die na-oorlogse bedrijven verdwenen. Nu zijn het net laboratoria. Ze moeten ook wel schoon en fris zijn, want revisies zijn net openhartoperaties.”

Publicatiedatum:
17/04/2009

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén