Voor populair-wetenschappelijk tijdschrift KIJK interviewde ik Kevin Kelly, een van de oprichters van Wired magazine en technologie-visionair.

“De grootste technologie van over 25 jaar bestaat nu nog niet”

Kunstmatige intelligentie is al zo slim, dat wij mensen de computer eigenlijk niet meer kunnen volgen. Nieuwe technologie ontwikkelt zich in zo’n razend tempo dat we amper de tijd krijgen om eraan te wennen. Gelukkig laat futuroloog Kevin Kelly zien waar het allemaal heen gaat.

Hij wordt wel een ‘digitale profeet’ genoemd, en dat past wel bij zijn ringbaardje en bedachtzame manier van praten. Zeker is dat Kevin Kelly op veel mensen indruk maakt met zijn beschrijvingen van technologieën en hoe de toekomst eruit zal gaan zien. De invloedrijk denker en veelgevraagd spreker geeft al bijna dertig jaar mede vorm aan de digitale cultuur. Al in de jaren tachtig schreef hij voor computerbladen, was hij betrokken bij de eerste conferenties voor programmeurs en bij The Well, een van de allereerste online communities. In 1993 was hij een van de oprichters van het beroemde tech-tijdschrift Wired.

Vorig jaar verscheen The Inevitable, Kelly’s nieuwste boek. In de bestseller beschrijft hij twaalf technologische trends die onze toekomst zullen bepalen. Kelly twijfelt er niet aan dat het onvermijdelijk is dat ieders leven compleet zal veranderen door ontwikkelingen als kunstmatige intelligentie, systemen die iedereen continu in de gaten houden en materialen die elk oppervlak in een scherm veranderen. Hoewel onvermijdelijk, meent Kevin Kelly dat wij allemaal zullen bepalen hoe die technologieën eruit zullen gaan zien en dat het daarom belangrijk is dat we ze zo snel mogelijk begrijpen en omarmen.

Kelly was heel even in Nederland als belangrijkste spreker tijdens STRP Biënnale, het festival voor creatieve technologie in Eindhoven. Een mooie kans voor KIJK om hem te spreken over controversiële technologie, hypes en de toekomst.

U bent altijd zo optimistisch over de toekomst, terwijl er zo veel dingen zijn om je zorgen over te maken. Hoe komt dat?
“Ik ben optimistisch vanwege het verleden. Als je naar wetenschappelijke data kijkt, dan is het overduidelijk dat gemiddeld genomen alles beter is geworden. Mondiaal gaat het elk jaar een klein beetje beter. Als je het nieuws kijkt, zie je dat niet. Daar zie je alleen de uitzonderingen. Die ruis overstemt het goede nieuws. Als mensen 49 procent van de wereld vernietigen, dan is dat de kop in de krant. Toch is dat prima zolang er één procent meer wordt opgebouwd. Daarbij worden alle goede dingen gemaakt door optimisten. Je moet immers wel optimist zijn om een uitvinding succes te laten hebben.”

Toch wijst u ook op de minder leuke kanten van nieuwe technologie, zoals aantasting van privacy. Moeten we alle nieuwe technologie wel zonder meer omarmen?
“Ik preek het omarmen van nieuwe technologie, omdat dat de manier is waarop we de ontwikkelingen kunnen sturen. Het is ook de enige manier om te ontdekken wat de echte problemen zijn in plaats van de gevaren die mensen zich inbeelden. Artificiële intelligentie en virtual reality zijn de problemen van morgen. De oplossing voor die problemen is niet mínder, maar juist meer en betere technologie. Vooruitgang komt door nieuwe problemen hebben. Het is een cyclus, een steeds verder uitbreidende cirkel. Voor mij betekent dat een toename in mogelijkheden. Dat is wat vooruitgang is. In de toekomst zullen we niet minder, maar méér problemen hebben. Maar daardoor hebben we ook meer mogelijkheden om uit te kiezen.”

Is verzet tegen problematische kanten van technologie dan zinloos? Als je bij pen en papier wil blijven omdat dat veiliger is, vecht je dan tegen het onvermijdelijke?
Mensen die denken dat digitaal stemmen nu veilig kan, hebben het mis. Het is nog te vroeg. Er is eerst een fool-proof systeem nodig om je digitaal te identificeren. Ik kan me voorstellen dat er systemen komen waarbij je biometrische gegevens je wachtwoord zijn. Maar daarvoor is eerst een generatie nodig van mensen die biometrie compleet vertrouwen. Het Chinese webbedrijf Baidu is al overgestapt op betalen door gezichtsherkenning. Daar zullen we aan gewend raken, net zoals gewoon door de paspoortcontrole lopen zonder je paspoort te laten zien. Biometrie kun je faken, maar tien biometrische checks tegelijk vervalsen is praktisch onmogelijk. AI zal je net zo goed kunnen herkennen als mensen dat doen, op de manier waarop je loopt bijvoorbeeld. Samen met andere vormen van encryptie zou dat elektronisch stemmen misschien veilig kunnen maken. Totdat we dat hebben, is het potlood beter.

Tesla-oprichter Elon Musk wil chips in ons brein implanteren, zodat we kunstmatige intelligentie kunnen bijbenen. Is dat soort interactie tussen mens en machine onvermijdelijk?
“Hersenimplantaten zijn onvermijdelijk, maar niet binnen twintig of dertig jaar. De kosten en de complexiteit maken dat het gebruik zich veel trager dan dat zal ontwikkelen. Medische toepassingen ontwikkelen zich veel langzamer dan techniek op zich. We weten nog maar zo weinig over onze hersenen. Hersenonderzoek kun je maar heel moeilijk sneller laten gaan. Het duurt gewoon lang voordat je langetermijneffecten kunt onderzoeken. En het gaat toch om invasieve chirurgie. De meeste mensen die zich nu zorgen maken over die ontwikkelingen, zullen het niet meer in hun leven zien gebeuren. We moeten er rekening mee houden dat de grootste technologie van over 25 jaar nu nog niet gecreëerd is. Wat ik er dan van vind dat bedrijfjes daar nu toch mee bezig gaat? Fantastisch, steek er vooral geld in. Maar verwacht er geen resultaten van binnen één generatie.”

Moeten we sowieso geduldiger zijn met nieuwe technieken? 3D-printen heeft ook nog niet geleid tot de verwachte maak-revolutie die wel werd verwacht.
“3D-printen was vreselijk overhyped. Ik geloofde het al nooit. Hetzelfde geldt voor nanotechnologie. Nanodeeltjes kunnen zichzelf organiseren tot geweldige dingen, maar het is altijd goedkoper om iets in bulk te maken. Waarom mensen dan toch vielen voor de 3D-print-revolutie? Ze stelden zich voor hoe álles helemaal zou veranderen. De waarheid is dat 3D-printen alleen sommige dingen helemaal verandert. 3D-printers moesten gebruikt worden om daar achter te komen, om te ontdekken wat hun plek is in het ecosysteem.”

Uw werk wordt bewonderd door velen, maar er is ook kritiek. Sommigen zeggen dat u in uw boeken concepten uit de biologie en natuurkunde te losjes toepast.
“Ik praat over trends die nu aan het beginnen zijn en die zeker onze toekomst zullen bepalen. Soms gebruik ik termen uit de biologie als metaforen. Er komen kunstmatige systemen aan die levend zullen zijn. Niet alle technologie zal leven, maar alle technologie zal meer life-like zijn en convergeren. Ja, je kunt me bekritiseren omdat wat ik zeg nu niet universeel toepasbaar is, maar we gaan absoluut daarheen. Ik blijf erbij dat dat de richting is. Wat ik een mooie beeldspraak vind, is een vallei waar een flinke regenbui in valt. Waar elke afzonderlijke regendruppel heengaat, is onvoorspelbaar, maar de richting is zeker neerwaarts. En dat is wat me interesseert. Grote systemen hebben van zichzelf een bepaalde richting, net zoals de nerf in hout. Zo zijn ze gemaakt door de natuur. Ze hebben allemaal te maken met scheikundige en natuurkundige eigenschappen die ze een bepaalde richting geven. Auto’s hebben wielen nodig en mensen en dieren poten om op te lopen. Dat is onvermijdelijk want ze hebben te maken met zwaartekracht. Dat maakt sommige ontwikkelingen onvermijdelijk.

Een paar globale trends voor de komende dertig jaar voorspellen is wel vrij gemakkelijk. Lijken trendwatchers en futurologen niet wat veel op waarzeggers?
“Ik doe niet zo veel voorspellingen, en ik probeer geen jaartallen te noemen wanneer iets zal gebeuren. Ik kan de toekomst niet voorspellen, nee, maar ik kan het wel hebben over dingen die eraan gaan komen. Wat je werkelijk moet proberen, is te voorspellen wat er nu gebeurt. Ik ben geen futurist, maar een presentist. Nadenken over wat eraan komt, is een manier – een stijlfiguur – om beter te begrijpen wat er nu gebeurt. Ik doe mijn best om alleen over trends en de richting van ontwikkelingen te praten, dus niet over of de iPhone er over een paar jaar nog is of welke kleur hij dan heeft. Dat soort details zijn te grillig om vanuit het heden te extrapoleren. Zolang je trendwatchers niet al te veel gelooft en ook andere bronnen raadpleegt, dan zijn ook zij best nuttig. Ook wat zij zeggen over de toekomst is bruikbaar om het heden te begrijpen. Maar ik zou er niet veel geld aan uitgeven om het te horen!”

Over welke technologie of ontwikkeling bent u persoonlijk het meest enthousiast?
Kunstmatige intelligentie is een hype, maar ik denk dat het nog steeds underhyped is. AI gaat de wetenschap en het bedrijfsleven radicaal veranderen. Niet in de komende vijf of tien jaar – we bevinden ons nu nog in het beginstadium. Maar het is een innovatie die minstens zo groot is als de drukpers, het vuur of het internet. Ik vind het moeilijk om iets te bedenken dat niet beïnvloed zal worden door AI.
Iets dat ik geweldig vind en thuis gebruik, zijn Amazon Echo en Alexa, de conversational bots. Die zijn heel cool. Er zijn nog veel problemen en uitdagingen mee, maar dat wordt een enorm grote markt. Je kunt gewoon een conversatie hebben met het apparaat. Dat zal heel belangrijk gaan worden voor ons leven en voor hoe bedrijven werken.

Je komt op internet steeds meer absurde ‘slimme’ apparaten tegen, zoals wc’s met wifi. Vindt u zulke uitvindingen idioot of zijn het allemaal stapjes in onze technologische evolutie?
Er zijn zeker dingen die slim zijn maar niet slim genoeg. Die zijn net slim genoeg om dom, gevaarlijk of onpraktisch te zijn. Er is een hele stapel boeken vol met vreemde Japanse uitvindingen die mensen echt niet nodig hebben, zoals paraplu-hoeden. Ze zijn mal omdat het meer moeite kost om ze te gebruiken dan dat je er wat aan hebt. Niet elk idee is nuttig. Dit zijn uitprobeersels. Ze zijn de manier waarop we leren. Ik juich dat toe. Ik vraag me wel af of de makers goede ondernemers zijn, maar wie weet. Ik denk eigenlijk wel dat connected toiletten een goed idee zijn. Die zouden de medische sensor in je huishouden kunnen worden. Je ontlasting bevat waardevolle indicatoren voor je gezondheid. Als het toilet met het internet verbonden is, zou dat heel nuttig kunnen zijn. Ik zou daar niet om lachen. Het is misschien nog te vroeg, maar niet belachelijk.

[biografische weetjes]

Kevin Kelly (Pennsylvania, 1952) was mede-oprichter en eerste hoofdredacteur van het toonaangevende Amerikaanse tech-tijdschrift Wired. Hij schrijft nog steeds voor het blad.

Steven Spielberg vroeg Kelly als adviseur voor zijn film Minority Report. De futuroloog moest helpen een beeld te schetsen van het jaar 2050.

Behalve schrijver is Kevin Kelly fotograaf en natuurbeschermer. Hij bracht verschillende fotoboeken uit en werkt nu aan een boek over verdwijnende tradities in Azië.

Tijdens een van zijn vele reizen, in 1979 in Jerusalem, had Kelly een bekeringservaring en werd hij een wedergeboren (born again) christen.

Kelly probeert zoveel mogelijk nieuwe dingen uit, maar is zeker geen gadget-freak. Hij heeft niet eens een tv in huis.

Kevin Kelly wordt 65 dit jaar. Op zijn bureau staat een klok die aftelt hoeveel dagen hij nog heeft. “Statistisch gezien nog zesduizend dagen.”

Kevin Kelly’s eigen website: http://kk.org/