Een medewerker van DMR met een krukas die gereviseerd moet worden. © Herman Engbers

Lege orderboeken, kelderende export, ontslagen: dat is de trend. Maar er zijn bedrijven die bloeien als nooit tevoren. Deel 3 van een serie: motoren belanden niet meer bij de sloop, ze worden opgeknapt door revisiebedrijf DMR.

Succesvol in crisistijd

In de werkplaats van revisiebedrijf Drentse Motorenrevisie (DMR) staan motorblokken in nette rijen naast elkaar: motoren van een aggregaat, uit de shovel van een aannemer en een enorme dieselmotor uit een plezierjacht. Vooraan liggen kleine cilinderkoppen van een auto uit 1915. Monteur Tony Porsul is op de kotterbank cilinders aan het uitboren. Als die versleten zijn, kunnen ze olie gaan lekken. „Je hebt echt eer van je werk. Zelf een motor eruit halen en reviseren, sleutel omdraaien en dan doet ’ie het. Meestal. Het is mooi werk.”

Zijn baas Gerrit Früchnicht kijkt toe: „Een cilinder is net een hartklep van een mens hè? Als die versleten is, dan gaat de capaciteit ook achteruit. Mensen hebben vaak niet door dat iets maar voor zestig procent stuk is. Een motor is dan een hoop oud ijzer. Wij maken er weer een motor van.”

Terwijl het niet goed gaat bij bedrijven die nieuwe auto’s en machines verkopen, bloeit de revisiebranche. Früchnicht heeft duidelijk meer orders van meer klanten, zegt hij. Hij begrijpt wel hoe dat komt: „Banken doen moeilijk, investeren wordt lastiger, en dan komen wij in zicht. Motoren die tienduizend uur gedraaid hebben, worden niet weggedaan maar gereviseerd. Wat normaal aan mijn neus voorbijging, dus wat ingeruild of geëxporteerd werd, dat wordt nu weer gerepareerd.”

In 1991 begon Gerrit Früchnicht voor zichzelf. Afgelopen jaar heeft het bedrijf twee nieuwe monteurs aangenomen. Zeven mensen werken er nu, inclusief hijzelf en zijn vrouw. „We hebben elk jaar wel zo’n 20 tot 25 procent groei. Dit jaar lijkt het nog gekker te worden allemaal. De cijfers die we vorig jaar juni haalden, hebben we nu voor dit jaar al gehaald. De nieuwhandel dondert in elkaar en specialisten die kunnen repareren zitten helemaal vol. Onze drie bruggen zijn continu bezet. Via internet komt veel bij ons, ook van garages die het zelf te druk hebben.”

DMR zit in een nieuw gebouw. Op de glimmende vloer van de entreehal staan bonkige motorblokken op pallets tentoongesteld. De revisiebranche heeft de laatste jaren ook zichzelf gereviseerd. Revisiebedrijven zijn geen oude smederijen meer, maar nette werkplaatsen met heel precieze meetapparatuur. Früchnicht wijst aan: „Een krukasslijpmachine, een cilinderboormachine, een hoonmachine, en daar een bovenloopkraan. Die specialistische machines heb je nodig om motoren up-to-date te krijgen. Als een cilinderkop zijn kilometers gehad heeft, kunnen garages hem alleen uit een auto halen en demonteren. Waar zij ophouden, gaan wij verder.”

De effecten van de crisis zijn duidelijk zichtbaar op het industrieterrein in Hoogeveen, waar veel grote autodealers en verhuurbedrijven zitten. Het terrein van het verhuurbedrijf staat vol heftrucks en graafmachines. Bedrijven laten hun kostbare industriële machines niet graag stilstaan, maar nu ze toch minder te doen hebben is het een goed moment voor revisie. In de werkplaats van DMR staat een grote hijskraan, van een verhuurbedrijf. Een monteur zit bovenop een Mercedes V8 Turbo. „Een van hun grootste kranen. Hij weegt tachtig ton. De machinist helpt zelf mee met het opknappen, door hydroliek-slangen te vervangen bijvoorbeeld. Ze hadden die kraan eigenlijk al afgeschreven.”

’De sector is de laatste 10 jaar gesaneerd, het zijn nu net laboratoria’

Henk Mannessen, de voorzitter van de afdeling Revisie van de Bovag, bevestigt dat het goed gaat met de branche.

„Ik gun niemand een crisis, maar voor mensen met een ambacht is dit wel een goede tijd.

Schoenmakers, die zullen nu ook wel bulken van het werk. Deze eerste drie maanden zijn normaal rustige maanden waarin iedereen in de revisiebranche onderhoud pleegt aan de eigen machines.

Maar nu is het echt formidabel. Vooral in de industriële tak is de omzet flink gestegen, en dat zet nog wel even door.”

Drieënzeventig revisiebedrijven zijn lid van brancheorganisatie

Bovag – de meeste daarvan reviseren motoren.

In totaal zijn er tweehonderd revisiebedrijven in Nederland, schat de Bovag. De helft bestaat uit eenmanszaken, zoals specialisten in de revisie van componenten, waaronder bijvoorbeeld radiateurs en dynamo’s vallen. Het totaal aantal mensen dat in de revisiebranche werkt, wordt geschat op ongeveer vijfhonderd.

Volgens Henk Mannessen, zelf eigenaar van Mannessen Engines, is DMR een bedrijf zoals de Bovag ze graag ziet. „De laatste tien jaar is de sector gesaneerd. Daarvoor zaten er nog wel slechte bedrijven bij. Door de milieuregels zijn die na-oorlogse bedrijven verdwenen. Nu zijn het net laboratoria. Ze moeten ook wel schoon en fris zijn, want revisies zijn net openhartoperaties.”

Publicatiedatum:
17/04/2009